Jozef De Veuster: zijn jeugd
In de wereldse geschiedenis zijn er weinigen die de mensheid zo inspireren als onze Tremelose Pater Damiaan:
ZIJN KINDERTIJD
Op 3 januari 1840 werd in Ninde, een gehucht van Tremelo, het zevende van acht kinderen geboren bij de familie De Veuster. Zijn ouders noemden het jongetje Jozef. Diezelfde dag werd kleine "Jef" gedoopt in de parochiekerk van Tremelo, Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand. Deze baby zou later een nooit eerder geziene ommezwaai veroorzaken op sociaal gebied.
 | De jonge jozef groeide in een boerenomgeving op. Hij was een energiek en koppig kind dat al te vaak in opstand kwam tegen de harde manier van opvoeden van zijn ouders. Hij hield intens van het buitenleven en op de hoeve hielp hij zo vaak hij kon. De timmerman uit de buurt leerde hem de knepen van het vak. Zo leerde hij er onder andere stenen en dakpannen bakken. De kennis die hij in zijn jonge jaren vergaarde zou hem in zijn latere leven enorm van pas komen. Ook op school was de Jef een rebel. Hij was niet bepaald een brave leerling. Stekelbaarzen gaan vangen, gaan zwemmen of in de winter gaan schaatsen waren bezigheden die veruit zijn voorkeur genoten boven de in zijn ogen saaie lessen volgen in een muffe klas. Hij spijbelde dan ook meer dan goed was voor hem. Toen Jozef zeven jaar oud was brak er cholera uit in onze streek. In Tremelo stierven op zes dagen veertig mensen. Ook het jongste zusje van Jozef, Marieke, bezweek aan de ziekte. Zeven jaar later overleed zijn zus Eugénie, die inmiddels was ingetreden in het Klooster van het Heilig Hart, aan tyfus. |
Ondanks het feit dat de kinderen De Veuster allemaal verder studeerden na de basisschool waren Jefs ouders van mening dat de jongste zoon moest thuisblijven en werken. Dat frustreerde hem enorm. In plaats van Frans en Latijn te kunnen studeren moest hij voor het vee zorgen en de paarden mennen.
Zijn broer Auguste trad op zijn twintigste in het Leuvense klooster van de Paters Picpussen*. Hij was van plan om les te gaan geven aan arme maar begaafde kinderen, gevangenen te bezoeken en arme mensen helpen.
Jozef was uiterst jaloers op zijn broer en na een woedeuitbarsting thuis moesten zijn ouders uiteindelijk toegeven. Jozef De Veuster mocht gaan studeren in Braine-le-Compte. Hij was toen achttien jaar. Maar de euforie sloeg al aan de schoolpoort om in een diepe teleurstelling.
* Picpus betekent letterlijk "steek de pus". De Augustijnen kregen deze bijnaam doordat de tijdens de pestepidemieën de zieken verzorgden en de blaren vol etter open prikten.
ZIJN ROEPING
In januari 1859 onderbrak Jef zijn studie om, in navolging van zijn broer, in te treden bij de Paters van de Heilige Harten van Jezus en Maria in Leuven. Dit was tegen de zin van zijn ouders want vader zag zijn droom, Jef als zijn opvolger, verdwijnen en moeder moest afstand nemen van haar meest vertrouwde werker op het hof.
Jef was verstandig en maakte indruk op de oversten zodat hij aanvaard werd als priester-kandidaat. Hij koos de naam 'Damiaan', naar een jonge arts die in de 4e eeuw de marteldood stierf. Damiaan blonk uit in inzet, ijver en perfectionisme.
In 1860 ging Damiaan een jaar wijsbegeerte studeren in Parijs. Daar moest hij zich verdedigen, maar hij was nederig, gehoorzaam en zette door. Op 7 oktober 1861 sprak hij in de kloosterkerk van Issy zijn eeuwige geloften uit. Gedurende twee jaren studeerde hij theologie in Leuven. Zijn vakanties bracht Damiaan door bij zijn broer Pamfiel.