Pater Damiaan op Molokaï
En dan vertrok Pater Damiaan van Tremelo naar Hawaï:
ZIJN WERK ALS MISSIONARIS
In 1863 besliste de congregatie om de Hawaï-eilanden als missieveld aan te nemen. Pamfiel werd aangewezen, maar werd ziek. Damiaan verving hem en vertrok naar Hawaï nog vóór zijn priesterwijding.
In Scherpenheuvel nam hij snel afscheid van zijn moeder. Damiaan vertrok met een symbolisch gebaar, de vinger wijzend naar de hemel. Hij ging langs Parijs voor de laatste voorbereidingen en vertrok dan in november 1863 vanuit de Bremershaven met de boot R.W. Wood naar Honolulu.
Damiaan studeerde aan boord en werkte mee met de matrozen. Hij werd zeeziek, sliep op het dek, maakte stormen mee. Op 19 maart 1864 meerde hij aan op Hawaï.
Op 21 mei 1864 werd Damiaan in de kathedraal van Honolulu tot priester gewijd. Op 23 augustus 1864 schreef hij aan zijn ouders "Wie God dient, is overal gelukkig". Voor het eerst ondertekende hij zijn brief met "Damiaan De Veuster, priester-missionaris".
Pater Damiaan werd al vlug aangeduid om het district Puna te gaan bemannen. Per boot, te paard, op muildier en tevoet bereikte hij zijn bestemming. Hij moest wennen aan de taal, het landschap, het klimaat en de cultuur van de Kanaken. Damiaan was een man van heel vlugge beslissingen en even vlugge actie. Hij leerde de Kanakse taal. In de plaatselijke taal werd hij 'Kamiano' genoemd.
Al spoedig merkte Pater Damiaan dat missioneren heel wat fysieke kracht vergde, vooral in dat bergachtige gebied dat hem was toegewezen. Ontnuchterend was echter vooral het gevoel ‘alleen' te zijn. Het feit dat er geen confrater-priester in zijn onmiddellijke nabijheid leefde, viel hem zwaar. Het bouwen van een kerkje was een welkome afwisseling om de eentonigheid van het eenzame rondtrekken te doorbreken.
Pater Damiaan zou echter niet lang in het district Puna blijven. Na negen jaar in Puna kreeg hij de veel grotere parochie Kohala toegewezen. Daar kreeg hij te maken met aard- en zeebevingen, vulkaanuitbarstingen en ander natuurgeweld. Pater Damiaan verlangde op geestelijk gebied nog meer te kunnen presteren.
ZIJN LEVEN OP MOLOKAI
Wanneer Monseigneur Maigret vertelde over de melaatsen op Molokai stelde Pater Damiaan zich als 33-jarige kandidaat om de taak op zich te nemen. Hij voer naar Kalaupapa, om zo naar Kalawao te gaan. Op 10 mei 1873 zette Pater Damiaan voor het eerst voet aan wal in Molokai.
Zijn eerste weken sliep Pater Damiaan op een mat onder een pandanboom, een broedplaats van duizendpoten, schorpioenen, mieren en muskieten en omringd door verstotelingen. Vrijwel onmiddellijk maakte de lokale pers de aankomst van de jonge priester op Molokai met veel verve en sensatie bekend. Damiaan was meteen een beroemdheid.
Molokai was een groot sterfhuis. Het sterftecijfer lag er bijzonder hoog en voortdurend werden er nieuwe zieken aangevoerd. De zieken werden er aan hun lot overgelaten. Pater Damiaan werd er van de morgen tot de avond omringd door groot en uitzichtloos lijden en de geur van rottende lichamen. De dood was nooit weg te denken. Er golden bovendien geen wetten.
Spoedig na zijn aankomst in het leprosarium koos Pater Damiaan om de patiënten te benaderen in overeenstemming met hun Hawaiiaanse traditie: de zieke medemens werd niet uitgestoten wat ook de aard van zijn kwaal was. Hij verwoordde het eenvoudig: "Wij melaatsen".
Al gauw bracht Pater Damiaan orde in de chaos. Samen met zijn zieken ging hij het gevecht aan tegen zinloosheid, leegte en wanhoop. Hij zorgde voor warme kledij, huizen, waterleiding, kerk en kapel, een hek rond het kerkhof, een groententuin. Hij sloot huwelijken af, doopte, nam de biecht af, begroef, nam de zwakkeren in bescherming en droeg zorg voor de weeskinderen. Hij richtte een koor en fanfare op. Pater Damiaan zorgde voor de zieken en gaf ze hun menselijke waardigheid en zelfrespect weer. Hij maakte van de hel op Molokai - gekenmerkt door egoïsme, immoraliteit en wanhoop - een hechte leefgemeenschap.
Overtuigd van zijn geloof respecteerde hij niettemin de godsdienstige overtuiging van andersdenkenden. Hij aanvaardde hen als persoon en maakte geen onderscheid tussen mensen. Zo rekende hij tot zijn beste vrienden de lutheraan Meyer, de anglicaan Clifford, de vrijdenker Mouritz en de boeddhist Goton.
Damiaan was koppig en vastberaden. Hij trotseerde uitdagingen en kwam wel eens in conflict met zijn oversten en confraters. In de pers circuleerden superlatieven en lofbetuigingen over Pater Damiaan. Hij werd bejubeld als held die vrijwillig onder de melaatsen verbleef. In Honolulu stak een opwelling van liefdadigheid op. De giften stroomden toe.
Pater Damiaan kreeg grote aandacht en steun vanuit Londen, het centrum van het toenmalige Britse wereldrijk. Hij wendde alle financiële steun aan voor een beter leven voor zijn melaatsen. Prinses Liliuokalana, haar zus en de eerste minister brachten een bezoek en waren zwaar onder de indruk. Pater Damiaan werd benoemd tot ridder-commandeur in de Koninklijke Orde van Kalakaua voor zijn heldhaftige en onbaatzuchtige diensten en zijn geduldige, liefdevolle hulp.