folklore
We verzamelden een aantal leuke weetjes uit de folklore van de gemeente:
SINT-GREGORIUSVIERING
Twaalf maart is gewoontegetrouw voor de schoolgaande jeugd van Tremelo een feestdag. Deze feestdag van Sint-Gregorius gaat jaarlijks met een speciale activiteit gepaard. Zoals een aloude traditie dat wil, worden er op die dag tijdens een verzorgde eucharistieviering, rozijnenbroodjes uitgedeeld aan de kinderen. Onder de naam "Sint-Gregorekens" wordt dit gebruik sinds mensenheugenis te Tremelo in ere gehouden.
Deze in de streek unieke gebeurtenis, stamt nochtans oorspronkelijk uit de parochie Werchter, waar ze eveneens nog verder leeft. De oorsprong van deze traditie staat nog niet met zekerheid vast. Wat wel vaststaat is dat broodbedeling aan armen en kinderen vroeger wel vaker voorkwam. Dat de bedeling ervan na of tijdens de mis moest plaatsvinden was traditie.
Het oudste document waarop de Tremelose brooduitdeling kan terugvallen, is een testament van een zekere Peter Paeps. Het werd opgemaakt in 1632. Als basis voor de schenking van brood aan de armen stipuleert Peter Paeps dat hij een bedrag overlaat aan de H.-Geesttafel. Dat was een parochiale instelling die instond voor de behoeftigen. Sindsdien heeft de brooduitdeling standgehouden. Waarschijnlijk is het hele gebeuren doorheen de jaren geëvolueerd tot een gift aan de kinderen.
NIEUWJAAR ZINGEN
Op oudejaarsdag of Saint-Sylvester trekken de kinderen in Tremelo zingend van deur tot deur. "KOEKEZINGEN" heet dat en het is ontegensprekelijk een uitvloeisel van een traditie van weleer. Vroeger zong men alleen voor geld om daarmee zijn vertier te betalen. Het waren dan ook de volwassenen die op bedeltocht gingen. Nu zijn het de kinderen die rondtrekken en wordt er vooral snoep uitgedeeld.
De sport- en jeugddienst organiseert naar aanleiding van "koekezingen" jaarlijks een chocomelkbedeling op 31 december.
SPOTRIJMPJES & SPOTNAMEN
Baal
Toen we het over de bodemgesteldheid hadden van de streek stipten we aan dat de grond schraal en arm was. In Baal vertelt men in dit verband het verhaaltje dat er aldaar niet één pier kon gevonden worden omdat de grond er zo mager was. Of toch... slechts een pietluttig diertje kon aangetroffen worden in de "mosegoot" van de pastorie, daar was een beetje vet te vinden. Een andere uiting van de armoedige grond is de uitwijking geweest van seizoenarbeiders. Zelfs zo erg werd het dat men zijn geluk ging proberen in Argentinië. In de jaren 1905-1910 trokken tientallen inwoners van Baal naar Zuid-Amerika om er hun geluk te gaan beproeven in de maïsvelden. De meesten kwamen teleurgesteld terug na enkele jaren. Het liedje dat men toen zong weerspiegelde slechts bedrog:
"We trekken naar de Brazil
daar moeten wij niet werken
Laat ons vertrekken naar de Brazil
daar moeten wij niet werken
Laat ons vertrekken naar de Brazil
in de maand april"
Ook over de inwoners van Baal had men geen te hoge dunk. Een zeer gekend rijmpje dat in de streek de ronde deed, luidde als volgt:
"Te Baal
waar de goeien zijn raal (raar)
hangen ze de ketel aan den haal (hengel, hangel)
Te Schriek
steken ze drie koten met een riek
Te Groot-Lo
doen ze 't ook zo
Te Begijnendijk
is 't van 's gelijk
En te Hest (Heist-op-den-Berg)
sch...ten ze, dat 't van de Berg drest (spat)"
bron: J. De Raadt, Les sobriquets des communes belges, 1903
Een variant hierop klonk:
"In Baal zijn ze raal
't is geen dorp om door te gaan
want ze vechten er als een haan
en als ze naar 't tribunaal moeten gaan
dan hebben ze niets gedaan"
Met die van Tremelo boterde het ook al niet te best en volgend spotrijmpje is daar een illustratie van:
"De Tremelose brekken (mieren)
komen de Baalse teljoren uitlekken"
Laat ons tenslotte nog vermelden dat de inwoners van Baal de bijnaam "KIEKENFRETTERS" kregen toegewezen. Misschien, maar het wordt nergens bevestigd, omdat er in de Zandstraat (nu Baalsebaan) een grote hoenderkwekerij werd gebouwd in 1924, die destijds op enkele jaren uitgroeide tot de meest moderne van het land.
Tremelo
Voor Tremelo duiken we even terug in de parchiegeschiedenis tot het jaar 1330. Dan ontstaat een legende die de bouw van de kapel van Ninde wil rechtvaardigen:
"Henricus van Redingen, afkomstig uit één der adellijke geslachten van Leuven, was als eenvoudige kloosterling ingetreden in de abdij van de Norbertijnen te Park-Heverlee. Voor zaken van deze abdij werd hij naar Schriek gestuurd. Het was op een mistige oktoberdag in 1330, toen hij op de terugweg van zijn opdracht in de moerassen en beemden van Ninde verdwaalde. In de laag en zompig liggende velden en akkers raken paard en ruiter verzonken in de modder. In die uiterste nood en met de dood voor ogen, aanroept hij de heilige Barbara, patrones tegen een schielijke dood, tot wie hij een grote godsvrucht heeft. Zijn gebed wordt verhoord want zie, daar verschijnt hem een maagdelijke figuur in het wit gekleed. Zij brengt hen weer op de vaste grond, op de baan die langs de Dijle van Ninde naar Kruis loopt. Hij vraagt haar wie zij is en zij antwoordt: "Ik ben Barbara, dienstmaagd van de Heer". Ze voorspelt hem nog dat hij prelaat zal worden, wat in 1332 ook gebeurt. Hij belooft haar dat hij ter hare ere een kapel zal oprichten. De abt houdt woord."
bron: N. De Cat, Tremeloos... Waerlyk Liedeken, 1985
Zoals elders heeft men hier ook de verhalen over heksen, duivels, aardmannetjes, enz. We halen even aan wat er wordt verteld over de MARTENBERG, andere naam voor WIJNBERG:
"De Martenberg is een zandheuvel niet ver van de kerk van Tremelo. Daar woonden de Alvermannekens. Het waren zwarte mannekens, nauwelijks drie duimen hoog. Zij schuwden de mensen, doch waren zeer behendig in alle slag van ambachten. Droeg men 's avonds naar de Martenberg linnen dat moest gewassen of gereedschap dat moest hersteld, of leder waarvan er schoenen moesten gemaakt worden en voegde men er brood, eieren of melk bij, dan was de volgende morgen het werk gedaan."
bron: De Haechtenaar, 15.5.65