Hemelwaterplan
De afgelopen jaren zien we steeds vaker periodes van watertekort en wateroverlast. Dit komt doordat de waterbalans verandert: in de winter valt er meer neerslag, terwijl het in de zomer juist droger is. Daarnaast worden regenbuien steeds heviger. Korte, intense buien wisselen af met langdurige droge periodes. Dit stelt ons voor nieuwe uitdagingen in het beheer van water in onze gemeente.
Droogte en wateroverlast zijn problemen die we als gemeente niet mogen onderschatten. Daarom stelden we in samenwerking met rioolnetbeheerder Aquafin een hemelwaterplan op. Dit plan bevat duidelijke maatregelen om het waterbeheer in Tremelo en Baal te versterken en beter voorbereid te zijn op extreme weersomstandigheden.
Waarom een hemelwaterplan?
De klimaatverandering
Door de toename van broeikasgassen stijgt de gemiddelde temperatuur en verandert de hoeveelheid neerslag. Dat heeft duidelijke gevolgen: we krijgen vaker te maken met wateroverlast, droogte en hittestress. Om deze klimaatuitdagingen aan te pakken, wordt er gewerkt op twee beleidssporen: klimaatmitigatie en klimaatadaptatie.
Klimaatmitigatie richt zich op het beperken of vermijden van broeikasgasuitstoot.
Klimaatadaptatie betekent dat we ons nu al voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering, door te anticiperen op de gevolgen en de effecten die we mogen verwachten.
Het hemelwaterplan speelt hierop in:
- Door in te zetten op bronmaatregelen vermijden we afstromend regenwater, wat wateroverlast beperkt.
- Door ruimte te geven aan infiltratie, vullen we de grondwaterstand aan en helpen we verdroging tegengaan.
Onze ruimtelijke erfenis
Onze ruimtelijke erfenis bepaalt mee hoe een gebied reageert op de gevolgen van de klimaatverandering. Denk aan woonparken in overstromingsgebied, huizen vlak bij waterlopen of wijken in watergevoelige zones – allemaal voorbeelden die de natuurlijke ruimte voor water beperken.
Het hemelwaterplan stelt in de eerste plaats adaptieve maatregelen voor om met deze ruimtelijke erfenis om te gaan. Maar in veel gevallen is het op lange termijn niet duurzaam om vast te houden aan deze woonvormen. Daarom moeten we keuzes uit het verleden ook in vraag durven stellen.
De toegenomen verharding
De bekende Vlaamse baksteen in de maag leidt ertoe dat open ruimte in Vlaanderen verdwijnt en de verharde oppervlakte blijft toenemen. Als we op dezelfde manier blijven bouwen, zal tegen 2050 ongeveer 20% van Vlaanderen verhard zijn – bijna dubbel zoveel als vandaag.
Met het hemelwaterplan willen we deze trend niet alleen een halt toe roepen, maar liefst ook omkeren. Door in te zetten op ontharding geven we water opnieuw de kans om in de bodem te sijpelen. Zo beperken we de snelle afvoer naar riolen en waterlopen, en verkleinen we de kans op wateroverlast aanzienlijk.
De beperkingen van het riool- en waterlopenstelsel
Veel van onze rioolstelsels zijn een erfenis uit het verleden waarin afval- en regenwater samen werden afgevoerd: in eerste instantie naar nabijgelegen waterlopen, later naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Omdat afvalwater de waterlopen vervuilt en proper hemelwater de zuivering bemoeilijkt, is het vandaag verplicht om afvalwater en hemelwater gescheiden af te voeren. Die gescheiden afvoer gebeurt voornamelijk via nieuwe rioleringen die ontworpen worden op basis van een T20, een bui die statistisch één keer om de twintig jaar voorkomt.
Dit betekent dat deze rioolstelsels niet voorzien zijn op de steeds zwaardere zomerbuien te bufferen. Wat de kans op wateroverlast bij zware buien verhoogt. Ook waterlopen ondervinden problemen door de intensere regenval in de winterperiode. Het hemelwaterplan speelt hierop in door maximaal in te zetten op bronmaatregelen: regenwater zoveel mogelijk opvangen waar het valt, zodat het niet allemaal tegelijk naar de riolering stroomt.
De schaalvergroting in de landbouw
Na de Tweede Wereldoorlog werd de landbouw steeds grootschaliger en intensiever. Hierdoor verdwenen veel typische bocagelandschappen. De hagen en houtkanten die zo typisch zijn voor deze landschappen, spelen nochtans een belangrijke rol in het beperken van de afstroom in onverhard gebied. Ze bieden ook een grote ecologische meerwaarde als leef-, broed-, foerageer- en schuilplaats voor heel wat vogels, amfibieën, reptielen en kleine zoogdieren.
In het hemelwaterplan zullen we waar mogelijk deze ecologische stapstenen promoten. Op plekken waar dat niet lukt, zal er ingezet worden op andere maatregelen die erosie helpen beperken.